| A
B C E G H I
L M O
P R S
V W Rescue
Remedy Hoofdgroepen |
| Aan de linkerkant
staat onder elke bloesem de Nederlandse vertaling en de hoofdgroep waar
hij bij hoort. Aan de rechterkant staan de
kenmerken van de mens die deze bloesem nodig heeft, daaronder staat wat de
bloesem je geeft. |
| |
|
AGRIMONY |
De
patiënt tracht zijn innerlijke onrust te verbergen achter een façade van
vrolijkheid en zorgeloosheid. Wil koste wat kost de lieve vrede
bewaren,gaat confrontaties en ruzies uit de weg. |
| agrimonie |
| 5 |
Geeft durf,
confrontatie en vreugde. |
|
|
|
ASPEN |
Onverklaarbare vage angsten en voorgevoelens en de
heimelijke vrees voor een of ander ongedefinieerd naderend onheil. Angst
voor het ongrijpbare. Angst voor de eigen innerlijke wereld. |
| ratelpopulier |
| 1 |
Geeft onbevreesdheid, moed en rust. |
|
 |
|
BEECH |
Zucht tot bekritiseren, arrogantie, onverdraagzaamheid. Anderen
worden veroordeeld, omdat ieder vermogen tot het zich inleven in andermans
gevoelens ontbreekt. Zegt bijvoorbeeld er komt niets van hem terecht. |
| beuk |
| 7 |
Geeft verdraagzaamheid en meevoelen.
Haalt de scherpe kantjes eraf. |
|
 |
|
CENTAURY |
Te bereidwillig ten opzichte van de wensen van
anderen; de goedmoedigheid wordt gemakkelijk uitgebuit en de patiënt kan
niet nee zeggen. Wil ook dienstbaar zijn. Vraagt geen hulp voor zichzelf,
kan en durft eigenlijk niet te ontvangen. |
| duizendguldenkruid |
| 5 |
Geeft zelfverwerkelijking,
zelfbewustzijn en zelfwaardering. |
|
 |
|
CERATO |
Gebrek aan vertrouwen in de eigen
intuïtie. Zij vragen
voortdurend raad aan anderen en laten zich op een dwaalspoor brengen.
Afhankelijk van bevestiging en goedkeuring van een ander. Door onzekerheid
meewaaien met alle winden. |
| loodkruid |
| 2 |
Geeft innerlijke zekerheid. Leert je
bij jezelf te blijven. |
|
 |
|
CHERRY PLUM |
Angst voor de innerlijke ontspanning, voor de mogelijkheid het
verstand te verliezen, voor psychische kortsluitinghandelingen en voor
onbeheerste driftaanvallen. Wanneer je de controle verliest kunnen er van
allerlei dingen gebeuren die niet passen in het beeld van jou
werkelijkheid. Je probeert alles in de hand te houden. |
| kerspruim |
| 1 |
Geeft kalmte, rust, overgave en
vertrouwen. |
|
 |
|
CHESTNUT BUD |
Betrokkene maakt steeds dezelfde fouten, doordat
hij zijn ervaringen niet echt verwerkt en er dus niet of nauwelijks lering
uit trekt. Als bepaalde. situaties zich steeds herhalen. |
|
knop v.d. paardekastanje |
| 3 |
Geeft ervaring, inzicht en een moment
van stilstaan. |
|
 |
|
CHICORY |
Uitgesproken bezitterige geesteshouding, tot uiting komend in de
neiging zich met alles en iedereen te bemoeien, anderen te bedillen en
kritiek te leveren. Betrokkene verwacht van zijn omgeving
onvoorwaardelijke sympathie en geeft zich over aan zelfmedelijden als hij
zijn zin niet krijgt. Niemand heeft ooit eens begrip voor mij. |
| cichorei |
| 7 |
Geeft onzelfzuchtige liefde. |
|
 |
|
CLEMATIS |
Dagdromer; vertoeft in gedachten altijd elders; toont weinig
belangstelling voor de gebeurtenissen in de eigen omgeving en het nu.
Droomt zich een toekomst en vergeet zelf actief te zijn. |
| bosrank |
| 3 |
Geeft scheppend idealisme. Helpt te
aarden en maakt wakker. |
|
 |
|
CRAB APPLE |
Betrokkene voelt zich innerlijk of uitwendig vies, onrein of
geïnfecteerd. Hij staart zich blind op details. Creëert een angst voor
allerlei vieze dingen (bacteriën, aanrakingen, insecten). |
| appel |
| 6 |
Geeft ordening, uitzuivering. Stelt
orde op zaken. |
|
 |
|
ELM |
Het tijdelijke gevoel niet langer opgewassen te zijn tegen de
eigen taken en verantwoordelijkheden. Tijdelijke uitputting. Vaak overdreven taakbewustzijn,
wereldverbeteraar. |
|
veld iep |
| 6 |
Geeft zicht op verantwoordelijkheden,
geloof en vertrouwen. |
|
 |
| GENTIAN |
Scepsis, pessimisme, twijfel, depressie van bekende oorsprong.
Gemakkelijk ontmoedigd door de problemen waarmee je geconfronteerd wordt.
Kijken naar problemen vanuit een beperkte visie. |
| gentiaan |
| 2 |
Geeft geloof, optimisme,
basisvertrouwen, bemoediging. |
|
 |
|
GORSE |
Geen hoop meer, ten prooi aan vertwijfeling,
het-heeft-toch-geen-zin-meer gevoel. Gelatenheid, berusting. |
| gaspeldoorn |
| 2 |
Geeft hoop, geloof in wonderen,
uitzicht. |
|
 |
|
HEATHER |
Voortdurend bezig met zichzelf en heeft voortdurend 'publiek'
nodig; de geesteshouding is die van het behoeftige kleine kind. Zoekt
eigenlijk kontact met zichzelf door middel van anderen. Vraagt oprechte
aandacht voor zijn mens zijn en zijn problematiek. |
| struikheide |
| 4 |
Geeft invoelen, hulpvaardigheid. Helpt
je jezelf te vinden. |
|
 |
|
HOLLY |
Jalousie, wantrouwen, gevoelens van haat en afgunst op alle
niveaus. Agressie en boosheid. Eigenlijk is dit een onvermogen om
innerlijk met deze thema's om te gaan. De keerzijde ervan is liefde. |
| hulst |
| 5 |
Geeft liefde, helpt je om de keerzijde
van agressie te zien. |
|
 |
| HONEYSUCKLE |
Heimwee naar het verleden (nostalgie); spijt over gemiste
kansen; leeft niet in het hier en nu. Vroeger toen..... |
| kamperfoelie |
| 3 |
Geeft verbinding, verandering nu. De
kracht van het nu in jezelf. |
|
 |
|
HORNBEAM |
Vermoeidheid; mentale uitputting als tijdelijke of chronische
toestand. Het gevoel dat het allemaal te veel is geworden. Maandagochtend
gevoel. Je denkt dat het niet gaat lukken. |
| haagbeuk |
| 2 |
Geeft innerlijke levendigheid, een
zeker gevoel van kunnen. |
|
 |
|
IMPATIENS |
Ongeduldig, snel
geïrriteerd, razendsnelle reacties. Wil
dat anderen alles doen op zijn manier. Geestelijke spanning. Staat onder
spanning van de factor tijd. |
| reuzenbalsemien |
| 4 |
Geeft zachtmoedigheid, geduld,
tolerantie. |
|
 |
|
LARCH |
Faalangst als gevolg van gebrek aan zelfvertrouwen;
minderwaardigheidsgevoelens. Het gevoel niets te kunnen, niet goed genoeg
te zijn. Uitingsvormen zijn of niets doen of overcompensatie. |
| lariks |
| 6 |
Geeft zelfvertrouwen, ik kan. Leert je
jezelf te waarderen. |
|
 |
|
MIMULUS |
Specifieke, benoembare angsten; de angst die vooruitwijst
naar narigheid. vreesachtigheid; angst voor de wereld, verlegen,
zenuwachtig, teruggetrokken. |
| maskerbloem |
| 1 |
Geeft dapperheid, vertrouwen en moed. |
|
 |
|
MUSTARD |
Plotseling opkomende en weer wegtrekkende perioden van ernstige
zwaarmoedigheid, depressies van onbekende oorsprong, melancholie,
naargeestig. In een donker hoekje weg willen kruipen. |
| herik |
| 3 |
Geeft helderheid en licht. |
|
 |
|
OAK |
De
teneer geslagen, uitgeputte strijder, die desondanks moedig
voortgaat en nooit opgeeft. Vechter, doorzetter, vanuit plichtgevoel. Aan
de buitenkant stevig maar van binnen uitholling van krachten. |
| eik |
| 6 |
Geeft uithoudingsvermogen, kracht en
zorg voor jezelf. |
|
 |
|
OLIVE |
Totale uitputting; extreme vermoeidheid naar lichaam en geest. Na
zwaar geestelijk of lichamelijk lijden. Je bent al moe voor je begonnen
bent. Geen interesse of puf in alledaagse dingen. |
| olijf |
| 3 |
Geeft regeneratie, heropbouw van
krachten. |
|
 |
|
PINE |
Zelfverwijten, schuldgevoelens, moedeloosheid. Zichzelf de schuld
geven. Nooit tevreden over hun prestaties. Dat wat geweest is steeds zien
als fouten en schulden. Afkeuring van eigen innerlijk. |
| den |
| 6 |
Geeft vergeving, genade, omkering,
vergeving naar jezelf. |
|
 |
|
RED CHESTNUT |
Overdreven bezorgdheid en angst om anderen. Overbezorgd
voor de veiligheid van anderen. Wil graag voorkomen dat er iets gebeurt en
legt daarmee een beperking op de vrijheid van de ander. |
|
rode kastanje |
| 1 |
Geeft juiste steun en zorg,
naastenliefde en vertrouwen. |
|
 |
|
ROCK ROSE |
Bijzonder acute angsttoestanden; plotselinge paniek en
doodsangst. Voor noodgevallen. Bij angst voor wat komen gaat (tandarts,
examen) maar ook bij gevoelens van voortdurende schrikachtigheid en
paniekerigheid. |
| zonneroosje |
| 1 |
Geeft moed en standvastigheid. |
|
 |
|
ROCK WATER |
Starre, strenge inzichten en onderdrukte behoeften; betrokkene
offert zijn persoonlijkheid op het altaar van zijn opgeschroefde idealen.
Is voor zichzelf zo hard als een rots. Door zijn principiële leven en
handelen ontzegt hij zichzelf veel zachtheid en vrijheid. Verliest
zichzelf in de vorm, de uiterlijke leefwijze. |
| bronwater |
| 7 |
Geeft innerlijke vrijheid.
Aanpassingsvermogen |
|
 |
|
SCLERANTHUS |
Besluiteloos en grillig; gebrek aan innerlijk evenwicht; de
mening en de stemming zijn voortdurend aan veranderingen onderhevig, van
het ene uiterste in het andere. Ook bij reisziektes. |
| hardbloem |
| 2 |
Geeft innerlijk evenwicht, balans,
beslissingskracht. |
|
 |
|
STAR OF BETHLEHEM |
Nawerkingen van lichamelijke, psychische of geestelijke shocks,
onverschillig of die kortgeleden zijn opgetreden of van oudere datum zijn.
Vogelmelk is balsem voor de ziel en een geestelijke pijnstiller. |
| vogelmelk |
| 6 |
Geeft opwekking,
heroriëntering,
troost. |
|
 |
|
SWEET CHESTNUT |
Volslagen wanhoop; betrokkene gelooft dat de grenzen van
wat hij menselijkerwijze nog kan verdragen nu bereikt zijn. Extreme
geestelijke vertwijfeling. Je kunt er niet omheen, muurvast zitten in je
problematiek. Overspannen mens. Wachten op hulp. |
|
tamme kastanje |
| 6 |
Geeft verlossing, losmaking. Afstand
nemen, impuls tot zelf doen. |
|
 |
|
VERVAIN |
In zijn overijverigheid, zich voor een goede zaak inzettend,
pleegt men roofbouw op zijn krachten; prikkelbaar tot fanatisch. Tracht
anderen over te halen, is eigenwijs, halsstarrig. |
| ijzerhard |
| 7 |
Geeft zelfdiscipline, respect, rust,
ontmoeting met de ander. |
|
 |
|
VINE |
Dominerend, meedogenloos en begerig naar macht: de 'kleine tiran'. Halen
anderen op een dwingende manier over om zaken net zo aan te pakken als zij
zelf, of zoals zij menen dat juist is. Dwingend gedrag door huilen, krijsen,
niet eten, kapotmaken van dingen enzovoort. |
| wijnstok |
| 7 |
Geeft natuurlijk overwicht. Vanuit het
hart in plaats van uit de wil. |
|
 |
|
WALNUT |
Tijdelijk gevoel van onzekerheid, toegenomen ontvankelijkheid
voor vreemde invloeden en onevenwichtigheid tijdens een levensfase die
voorafgaat aan een nieuw begin. Je laat je je voornemens uit het hoofd
praten. Walnoot is de bloesem die de doorbraak bewerkstelligt. |
| walnoot |
| 5 |
Geeft
onbevangenheid, nieuw begin. Helpt je bij jezelf te blijven. |
|
 |
|
WATER VIOLET |
Innerlijke gereserveerdheid, durft zichzelf niet bloot te
geven waardoor afstandelijkheid. Vraagt geen hulp, kan zijn problemen zelf
wel aan. Superioriteitsgevoel dat isolement schept. |
| waterviolier |
| 4 |
Geeft wijsheid, nederigheid, brengt
nader tot de ander. |
|
 |
|
WHITE CHESTNUT |
Bepaalde gedachten draaien zonder ophouden in
iemands
hoofd rond, men kan ze niet kwijtraken. Voortdurend innerlijke discussies
en dialogen met zichzelf. |
| paardekastanje |
| 3 |
Geeft onderscheidingsvermogen,
geestelijke rust. |
|
 |
|
WILD OAT |
De ambities hebben een vaag karakter en betrokkene is
ontevreden, omdat hij zijn taak in het leven niet kan vinden. De eeuwige
zoeker die steeds iets nieuws begint in de hoop hét te vinden. |
|
ruwe dravik |
| 2 |
Geeft roeping en vastberadenheid,
doelgerichtheid en rust. |
|
 |
|
WILD ROSE |
Onverschilligheid, apathie, berusting, innerlijke capitulatie.
Geen eigen initiatief, bij de pakken neerzitten. |
| hondsroos |
| 3 |
Geeft toewijding, motivatie, interesse
in het leven, vitaliteit. |
|
 |
| WILLOW |
Innerlijke
ergernis en verbittering; betrokkene voelt zich
slachtoffer van het lot. Opmerkingen als jij hebt makkelijk praten, ze
moeten mij ook altijd hebben. Zinloosheid, wrok, zelfmedelijden. Schuiven
de verantwoordelijkheden van hun eigen leven af. |
| wilg |
| 6 |
Geeft zelfverantwoordelijkheid.
Antwoord op diepere levensvragen. |
|
 |
|
RESCUE REMEDY |
Bach's
eerste hulp remedie. Tegen shock en verdoving, als middel tot integreren
van de persoonlijkheid. Tegen doodsangst en paniekgevoelens. Tegen mentale
stress en spanningen. Tegen de angst de (zelf) beheersing te verliezen.
Tegen het gevoel van ver weg zijn dat dikwijls vooraf gaat aan
bewustzijnsverlies.
Kortom, bij allerlei situaties waarbij je
een steuntje in de rug nodig hebt, bijvoorbeeld bij examens, tandartsbezoek,
ziekenhuisopname, ongelukken, ruzies, spanningen enzovoort. Ook huisdieren en
planten reageren goed op de rescue remedie. De rescue remedie kan zelfs
helpen bij het afkicken van verslavingen.
Samenstelling: vogelmelk, zonneroosje, reuzenbalsemien,
kerspruim en bosrank.
|
|
|