| In het voorjaar zie je eerst alleen de
bloem verschijnen. Het zijn enorme knapen die recht uit de grond komen,
roze rood en stevig. Als het groot hoefblad is uitgebloeid komt pas het
blad tevoorschijn. Ook dit zijn stevige jongens. Je ziet ze het meest
langs de slootkant. De bladeren die soms wel een doorsnee van
een meter halen zorgen voor schaduwrijke plekken waar padden dol op zijn.
En zo komt ze ook aan haar bijnaam: paddenblad.
De onderkant van de bladeren is wollig
behaard en koel. Van die eigenschap werd in vroeger tijden graag gebruik
gemaakt. De boter werd er in gewikkeld alvorens er mee naar de markt te
gaan. En het schijnt dat landarbeiders het blad gebruikten om hun hoofd te
beschermen tegen de felle zon.
De wortelstok van het groot hoefblad werd
gebruikt als slijmoplossend, zweet en urinedrijvend middel. Ook bezit het
spasmolitische en pijnstillende eigenschappen. Het blad werd vroeger op
zweren en pestbuilen toegepast. Tegenwoordig wordt groot hoefblad niet
meer therapeutisch ingezet. Dit vanwege het hoge gehalte aan pyrrolizidinealkaloïden. Deze inhoudstof kan geïsoleerd, bij
érg hoge
doseringen en inwendig gebruik leverproblemen veroorzaken.
|