Gelezen
 
 
~

 

 

Beschuit met muisjes (en wat eraan vooraf ging)

Uit de oude doos

auteur: Dorothé Lueb

De laatste tijd krijg ik 'm vaak te horen, de vraag: "En nemen jullie dan ook kinderen?" Nu is dat gewoon een vraag, heel vlot gesteld maar als je er even bij stilstaat besef je dat je daar niet zo één twee drie een antwoord op kunt geven. Het is eigenlijk een vraag die al meteen een heleboel andere vragen met zich meebrengt. Door te zeggen:" Ik neem een kind" zeg je eigenlijk dat jij beslist, dat jij bepaalt, dat jij in staat bent om een kind te maken. Alsof een mens werkelijk iets zelf kan maken.

Ja maar, hoor ik u denken, wij mensen kunnen toch een heleboel dingen maken, neem nou bijvoorbeeld een heggenschaar of een computer, allemaal gemaakt door de mens. Op het eerste gezicht lijkt dat ook zo, maar als je er nu vanuit gaat dat er ooit géén heggenschaar of computer was? Dat er vóór er een heggenschaar of computer was ooit íemand het idee ervoor moest hebben gekregen. En dat idee, daar wilde ik het nu eerst eens met u over hebben.

Het idee
In veel oude geschriften staat beschreven dat er eerst een idee was, daarna een plan en uiteindelijk de vormgeving. In de praktijk werkt dat ook zo, men moet éérst op het idee komen. Een idee noem je ook wel een inval, met andere woorden, iets wat in je valt. Nu is het logisch dat iets wat al in je is, niet meer erin kan vallen. Het idee was - voor het je inviel - dus nog niet bij jou, maar waar was het dan wel? Ergens moet dat idee al aanwezig zijn, samen met nog een ontelbare hoeveelheid andere ideeën. Stel je eens voor, een enorme opslagruimte met de meest uiteenlopende ideeën, voor een keukenmachine, een reclamespotje, een nieuwe spelling, dit artikel, enzovoort. En al die ideeën wachten erop om in iemand te vallen, zomaar op een onverwachts moment.

Een idee kan zich ook niet zomaar vermaterialiseren, sommige dingen komen tenslotte niet als vanzelf uit de lucht vallen. Het idee moet omgezet worden en dat is dan ook de reden dat het ons in-valt. Wij kunnen dan van dat wat ons in-valt met behulp van dat wat er al is iets maken. Het idee om bijvoorbeeld een tafeltje te maken is met de medewerking van een boom al snel concreet te maken.

Ineens bedenk ik me (valt me in) dat het ook wel eens zo zou kunnen zijn dat niet wij het idee gebruiken om iets te maken maar dat het idee ons gebruikt om zich te verwerkelijken......

Als er dan voor zoiets simpels als een tafeltje al een idee nodig is dan is dat zéker het geval voor iets levends als een grassprietje, een konijn of, nog een stap verder, een mens. Ook het idee voor iets wat leeft komt ergens vandaan, waarschijnlijk óók uit die grote opslagruimte voor ideeën. En ook het idee voor iets wat leeft moet vanuit een plan omgezet worden in iets concreets, in iets lichamelijks.

Het scheppen van gunstige voorwaarden om iets te laten leven - of zelfs te laten sterven - gaat ons mensen redelijk af. Iets levends máken echter is ons niet gegeven. We kunnen wel mét iets levends (iets wat al is) wat maken. En niet te vergeten, iets wat leeft kan ook "gemaakt" worden. Door middel van b.v. een operatie, transplantatie of amputatie kan er aan- en ín het leven geknutseld worden. De wetenschap blijft ook hier niet stilzitten. Wat blijft, is dat ook bij al deze wonderlijke zaken er íets nodig is wat het leven in stand houdt.

Dit íets kun je de geest (of het idee) noemen. En, omdat alles ontstaat vanuit dit idee is dit ook in alles wat leeft aanwezig. Analoog aan het gegeven dat een idee zich uitdrukt in de materie kun je dus stellen dat het geestelijke zich uitdrukt in het lichamelijke.

Goed, en nu terug naar het begin, kinderen neem je dus niet. En, misschien geruststellend om te weten, kinderen nemen jou ook niet. Kinderen krijg je en, onlosmakelijk daarmee verbonden, kinderen krijgen jou ook, of niet.....

Een toevallige gebeurtenis
Als je er nu vanuit gaat dat het idee "kind" zich via jou manifesteert en niet via de buurvrouw, dan zal daar ongetwijfeld een reden voor zijn. Wat de reden, of het nut van sommige dingen is kun je, op het moment zelf, vaak niet onderkennen. Achteraf kom je echter dikwijls tot de conclusie dat het gewoon zo had moeten zijn. Het valt je gewoon toe, "toevallig".
 
Dat was ook hetgeen wat Anne overkwam, het viel haar toe en niet zo'n klein beetje ook. Stel je voor: Je hebt een vriend en alles lijkt oké. Aan kinderen denk je niet, je gebruikt gewoon voorbehoedsmiddelen. En dan kom je er op een dag achter dat je in verwachting bent, dat is natuurlijk wel even slikken én schrikken. Je vriend schrikt er ook van en wel in die mate dat hij onmiddellijk de kuierlatten neemt. Hij besluit dat alle verantwoordelijkheid bij jou ligt en wil er dan ook absoluut niet mee geconfronteerd worden, nu niet en nooit niet. Hij trekt de stekker eruit en daar sta je dan!
 
De aanleiding
Een medische indicatie, een veel te laag HB gehalte, is (mede) de aanleiding om een afspraak voor voetzonereflexmassage te maken. Na het eerste gesprek wordt al snel duidelijk hoe Anne in de situatie staat. Letterlijk én figuurlijk met gekromde tenen. Ze twijfelt aan zichzelf en ze is bang dat ze het kind verliest, maar ook heeft ze het gevoel dat ze nu niet meer (voor zichzelf) kan weglopen. We besluiten samen om maar eens te kijken wat het ons oplevert.

De eerste voetzonereflex behandeling maakt heel veel verdriet en een gevoel van machteloosheid bij haar los. Wat ze heel duidelijk merkt is dat het kind dáár ergens zit en dat zij er heel ver van verwijdert is. De opmerking dat het kindje ín haar zit en met haar meeleeft raakt ons allebei.

Een week later bleek dat er een hoop gebeurt was. Haar huisarts constateerde dat het HB gehalte nagenoeg weer normaal was. En ook geestelijk was ze met een hoop dingen aan de gang geweest. De stap van "zelf kind zijn" naar "volwassene" is niet eenvoudig te zetten. Nee zeggen tegen je ouders hoort daarbij en kan soms verrassende resultaten opleveren. Het liedje "Niemand houdt van mij" van Lenny Kuhr blijkt een mooie afsluiting van het consult.

De wijsheid van het kind
Bij de daarop volgende behandeling ontstaan als vanzelf een aantal beelden. In grote lijnen komen die erop neer dat ze het gevoel heeft in het nauw gedreven te worden om dingen te doen die ze zelf eigenlijk niet wil. Om haar te helpen in het contact met zichzelf, met dat wat ze zelf wil, geef ik haar de tip die me op dat moment invalt: "Maak contact met je kindje, voel het in je buik zitten en vraag gewoon wat het kindje wil".

Als Anne dit doet blijkt dat het kindje over een enorme wijsheid beschikt en dit graag met de moeder wil delen. Telkens wanneer Anne het niet meer weet maakt ze nu contact met het kindje en als vanzelf weet ze weer wat ze wil. Deze nieuwe situatie is voor Anne wel even wennen. Opeens beseft ze ook dat ze samen (zij en het kindje) zwanger zijn. Ze vormen een team. En op dat soort momenten weet je gewoon dat de term "in verwachting zijn" wel een heel bijzondere betekenis heeft.

Tot nog toe was het steeds Anne die het contact maakte maar nu begint het kindje ook seintjes te geven. Wanneer Anne over haar grenzen heen dendert of zich te druk maakt, krijgt ze allerlei sensaties. Ze voelt dan een bepaalde onrust in haar buik en wordt prompt misselijk en moe. Op het moment dat ze hierop reageert door het bijvoorbeeld rustiger aan te doen voelt ze zich ook meteen een stuk beter.

Tijdens de volgende voetreflexmassage behandeling merk ik ook heel duidelijk dat het kindje meedoet. Het geeft signalen, dit vind ik fijn, nu is het genoeg enzovoort. De massages herinneren Anne er telkens aan om in contact met het kindje en met zichzelf te blijven. Ze voelt zich ook steeds beter in haar vel zitten en het valt me op dat haar tenen veranderen van stand. In het begin stonden ze helemaal krom, alsof ze krampachtig houvast probeerde te vinden. Nu zit er veel meer ontspanning in.

Het is na een tijdje merkbaar dat het kindje groter wordt. Het gaat in deze periode andere manieren gebruiken om de moeder te bereiken. Als Anne heel bang voor de buitenwereld is en het gevoel heeft dat haar ruimte wordt ingepikt, dan zit het kindje heel hoog, het beneemt haar de adem. Als ze echter te druk bezig is om iedereen een plezier te doen en daardoor zichzelf vergeet, zakt het kindje helemaal naar beneden, het wil eruit. Deze twee uitersten kent Anne van zichzelf. Het is hollen of stilstaan, heel erg extravert (met de buitenwereld bezig), of heel erg introvert (opgesloten in de eigen binnenwereld). Net als de moeder is blijkbaar ook het kindje op zoek naar het midden. Doordat haar kind zo direct reageert op de verschillende situaties wordt Anne eigenlijk met de neus op de feiten gedrukt. Zó doe ik dat in díe situatie.
 
Jij en je baas
Ik leg haar uit hoe volgens mij het mechanisme werkt. Stel je bent veel moe en wilt minder gaan werken. Je vraagt aan je baas of dat kan. De baas heeft veel werk en heeft daarvoor werknemers in dienst. Hij vraagt aan jou begrip voor zijn situatie en natuurlijk, dat begrijp je. Je verplaatst je in zijn situatie, hij heeft het óók niet makkelijk.
 
Op dit moment gebeuren er twee dingen, jij verplaatst je energie naar die ander (het vollédige begrip) en laat dus eigenlijk jezelf in de steek. De baas die deze energietoename onbewust voelt, groeit daarvan, hij is tenslotte de baas en hij vertelt hoe het is. En jij? Jij voelt je steeds zwakker, onzekerder en kleiner worden. Heel, héél zachtjes weet je nog uit te brengen dat je eigenlijk wel moe bent, maar als het dan niet anders kan.... De baas rolt in het patroon van de autoritaire ouder en jij rolt in het patroon van het bange kind. Het lijkt erop dat hier maar twee oplossingen mogelijk zijn. Je berust in de situatie en gaat gewoon weer volledig aan het werk. Of je krijgt er ontzettend de pest in en zegt je baan op, onmiddellijk, hij bekijkt het maar! Beide oplossingen ken je al van vorige ervaringen en in beide gevallen ben je niet blij met jezelf.
 
De oplossing
De derde oplossing is even simpel als moeilijk. In plaats van je energie als een ballon weg te geven aan die ander, hou je het bij jezelf. Die ander groeit je niet boven het hoofd want hij krijgt die extra energie niet en jij zakt voor hem niet in het stof omdat je je energie niet weggeeft.

Praktisch komt het er op neer dat je contact blijft houden met jezelf:

- wat is voor jou belangrijk
- hoe voelt het voor jou
- wat doet het met je

Als je je mee laat sleuren door een ander kom je aan dit soort afwegingen gewoon niet toe.

De vader
Met pretlichtje in haar ogen weet Anne me de volgende keer te vertellen dat ze de vader van het kindje aan de telefoon heeft gehad en dat het gesprek voor het eerst eens een keertje niet escaleerde. Ze vertelt me hoe ze het gesprek had voorbereid. Ze had opgeschreven wat het hele "gedoe" met haar deed, toen de kamer gezellig gemaakt, een muziekje en een kaarsje aan, een grondingsoefening gedaan en contact met het kindje gemaakt en pas daarna opgebeld. Ze was heel duidelijk eens een keer blij met zichzelf en hoe ze dit aangepakt had.

Nu ze het mechanisme herkent en er steeds beter mee leert omgaan zit haar kindje ook veel rustiger. Wel reageert het nog op een te drukke Anne en te weinig aandacht. En natuurlijk op de voetreflexmassage. "Als het kon, zou het kindje spinnen" volgens Anne.

Paniek
Dan komt de tijd van de bevalling dichterbij. Het kindje ligt in een stuit en de verloskundige heeft Anne alvast op de hoogte gebracht van de consequenties. Ze komt totaal overstuur bij me, het kindje zit niet goed. We beginnen met de voetreflexmassage en ik vraag haar om contact te maken met het kindje. Heel verwondert zegt ze opeens:"Het lijkt wel of het gewoon lekker zit, het hoeft nog niet zo nodig, waar maak je je druk om lijkt het te willen zeggen" Nu ze deze gewaarwording heeft gehad kan ze ook de wijsheid van het kindje weer serieus nemen. Het kindje mag van haar in een stuit liggen.

Anne is officieel al 2 weken uitgeteld maar komt toch nog een keer bij me. Het kindje heeft zich in de tussen tijd gedraaid en ze voelt zich prima. Ze zit goed in haar lijf en weet wat ze wil (en niet wil). Het kindje reageert goed op de massage en er is heel veel energie aanwezig, met name rond het epifysegebied.

Beschuit met muisjes
Vier weken "te laat" ligt er een geboortekaartje op de mat, het kindje is geboren. Volgens sommigen ruim over tijd maar volgens mij op z'n eigen tijd. Gabriel Garcia Marquez weet dit als volgt te verwoorden: "Mensen worden niet geboren op de dag waarop hun moeder hen ter wereld brengt, maar als het leven hen dwingt zichzelf ter wereld te brengen".

En dan ontkom ik er natuurlijk niet aan: beschuit met muisjes! Alhoewel ik het heel spannend vind wil ik toch wel zien wat ik al zo lang beleefd had. Het kindje wat ook mij al die tijd zo raakte. Dat piepkleine mensje wat me liet huilen maar ook liet lachen. Dit kindje, wat me herkende toen ik het uiteindelijk toch in m'n armen durfde te nemen.

Volgens mij is het zo klaar als een klontje, kinderen neem je niet, kinderen krijg je. En blijkbaar niet zo maar....

Dorothé Lueb