| Uit:
Ode |
auteur: Jurriaan Kamp
|
Onderzoek toont aan dat crimineel
gedrag kan ontstaan door slechte voeding.
Zinloos geweld. Uit de woorden spreekt
de verwarring die velen voelen over de toenemende agressie in de
samenleving. Stille tochten in Leeuwarden en Gorkum. Verslagenheid,
woede, verbijstering. De agressie komt steeds dichterbij. Bijvoorbeeld
ook in het dagelijks verkeer. Een onhandige inhaalmanoeuvre kan een
explosie van irritatie opwekken. De frustratie van files en drukte
speelt op dergelijke momenten ongetwijfeld een rol. Maar hoe zou het
komen dat ook op het schoolplein van de basisschool thans onmiskenbaar
meer agressie is waar te nemen? Achtste-groepers die een zesde-groeper
aftuigen. Dat soort berichten kom je ook steeds vaker tegen. Sommige
deskundigen wijzen naar de televisie als een stille bron van
gewelddadig gedrag. Die invloed valt moeilijk te bewijzen, maar je
kunt je voorstellen dat al die beelden zielen niet onberoerd laten.
Een Amerikaanse hoogleraar criminologie werkt al twintig jaar aan een
hele andere verklaring voor agressief gedrag. De reden van de toename
van agressie en jeugdcriminaliteit moet niet worden gezocht op de
televisie of in erfelijkheid, maar in suiker. De redenering van
Stephen Schoenthaler van de universiteit van Californië is, dat
kinderen tegenwoordig zoveel suiker eten - omdat moderne
geconserveerde voedingsmiddelen zoveel suiker bevatten - dat zij
leiden aan overmatig hoge bloedsuikerspiegels, die hun gedrag
beïnvloeden. What Doctor's Don't Tell You (zie
Ode) bericht, dat
Schoenthaler in 1981 een kleinschalig onderzoek opzette om zijn
redenering te testen. Hij benaderde een jeugdgevangenis en liet de
frisdrank- en snoepautomaten verwijderen. Bovendien kregen de
gedetineerden alleen nog maar vers voedsel, niets meer uit blik. De
gevolgen waren verbluffend: binnen drie maanden daalde het aantal
overtredingen van de gevangenisregels met veertig procent.
Schoenthaler - zelf voormalig gevangenisdirecteur - herhaalde zijn
experiment vervolgens in nog eens drie jeugdgevangenissen, waarbij in
totaal meer dan duizend jeugdcriminelen waren betrokken. En ook in die
gevallen constateerde hij dezelfde enorme vooruitgang.
Maar was alleen suiker daarvoor verantwoordelijk? Schoenthaler
betwijfelde dat, omdat bloedsuikerspiegels vooral kortstondige
effecten hebben op gedrag, terwijl de verbetering in het
gevangenisklimaat juist over een langere periode bleek. De criminoloog
vermoedde, dat ook de verbeterde voeding een rol speelde. Hij begon
een nieuwe serie experimenten, waarbij hij een deel van de jeugdige
gedetineerden in een gevangenis vitaminen- en mineralensupplementen gaf
en een ander deel een placebo. De bewakers wisten niet wie wel en wie
niet preparaten kreeg. De resultaten van het onderzoek waren opnieuw
glashelder: in de preparatengroep daalde het aantal vergrijpen met
bijna veertig procent.
De onderzoeken van Schoenthaler wijzen erop, dat effectief preventief
criminaliteitsbeleid mogelijk heel ergens anders begint dan waar
overheden dat thans zoeken, namelijk in de supermarkt. De redenering
dat gebrekkige voeding een belangrijke oorzaak is van agressief gedrag
is echter zo radicaal, dat vooralsnog geen enkel gevestigd
wetenschappelijk tijdschrift over het onderzoek van Schoenthaler heeft
willen publiceren. Bladen als Nature en Science weigerden het zelfs in
overweging te nemen, schrijft What Doctor's Don't Tell You. Niettemin
heeft het werk van Schoenthaler navolging gevonden en op Internet zijn
de resultaten van verschillende studies te vinden die de relatie
tussen voeding en agressief gedrag bevestigen. Zo bleek in 1989 bij
een onderzoek onder vijfhonderd schoolkinderen tussen zes en negen
jaar in Edinburgh, dat er een relatie was tussen afwijkend en
agressief gedrag en de hoeveelheid lood in het bloed. Ook bij
volwassen criminelen zijn verhoogde concentraties lood in het bloed
vastgesteld. Van lood is bekend, dat het de opname van essentiële
mineralen en vitaminen als magnesium, zink en vitamine B hindert.
Ander onderzoek wijst naar de relatie tussen voeding en - een steeds
vaker voorkomende kwaal - hyperactief gedrag van kinderen. En over de
invloed van één aspect van voeding - alcohol - op misdaad is iedereen
het eens.
Het probleem is dat uitgebreid onderzoek naar de effecten van voeding
in de moderne geneeskunde eigenlijk nog op gang moet komen.
Voedingsleer is nog steeds geen centraal onderdeel van de opleiding
van artsen aan de universiteit. Artsen zullen oorzaken van afwijkend
gedrag daarom niet snel in voedingspatronen zoeken. Daar is in de
voortsnellende fast-food-samenleving niettemin veel aanleiding toe.
Gezondheidsinstanties bevelen minimale dagelijkse hoeveelheden
mineralen en vitaminen aan, maar het is twijfelachtig of grote delen
van de bevolking die hoeveelheden werkelijk binnenkrijgen.
Voor de leek is het misschien allemaal niet zo vreemd. Als je diesel
gooit in een auto die rijdt op benzine, houdt de motor ermee op.
Waarom zou het dan voor de mens niet uitmaken welke 'brandstof' hij
tot zich neemt? Het belang van gezonde voeding om kanker en hart- en
vaatziekten te voorkomen, wordt overigens in toenemende mate erkend.
Het ziet ernaar uit, dat gezonde voeding de samenleving nog veel meer
goeds kan brengen. Soms is de weg naar vooruitgang heel simpel.
Jurriaan Kamp