Veel moderne ziekten zijn eenvoudig te voorkomen
In tegenstelling tot de meeste dieren kan de mens vele vitaminen,
mineralen en sporenelementen niet of in onvoldoende mate in het
lichaam zelf maken. En: in tegenstelling tot de meeste dieren kan de
mens een hartinfarct krijgen. De arts Matthias Rath, door
vitaminespecialist en tweevoudig Nobelprijswinnaar Linus Pauling
gezien als zijn directe opvolger, is deze samenhang niet ontgaan. Zijn
uitgebreide studie naar het effect van vitaminen op de structuur van
cellen leidde tot de conclusie, dat veel moderne ziekten simpelweg
zijn terug te voeren op vitaminegebrek. Hartinfarct, beroerte,
hartritmestoornis, hoge bloeddruk, diabetes en
doorbloedingsstoornissen zijn - in de visie van Rath - verleden tijd
als wij voldoende vitaminen en mineralen binnenkrijgen. Maar omdat ons
dieet over het algemeen vrij ongezond is en voedingsmiddelen door een
verarmde bodem steeds minder vitaminen bevatten, is een aanvulling op
ons dieet van belang. Met name vitamine C speelt een cruciale rol in
stofwisselingsprocessen op het niveau van de cel.
Iedere cel van het lichaam - of het nu een kliercel is die hormonen
produceert, een wit bloedlichaampje dat antilichamen maakt of een
hartspiercel die elektrische energie genereert voor de hartslag -
maakt gebruik van dezelfde bio-energiedragers (biokatalysatoren). Veel
van deze biokatalysatoren kunnen niet door het lichaam worden
aangemaakt. Zij moeten van buitenaf worden aangevoerd. Vitaminen,
mineralen, sporenelementen en bepaalde aminozuren zijn daarvoor van
groot belang. Zonder een regelmatige en optimale aanvoer van deze
energiedragers kunnen deficiëntieverschijnselen bij cellen optreden,
kunnen organen verkeerd gaan functioneren en kan ziekte ontstaan. Rath
gelooft, dat binnen enkele jaren de dagelijkse voedingssuppletie van
biokatalysatoren net zo vanzelfsprekend zal zijn als eten en drinken.
De doorbraak van de cellulaire geneeskunde werpt een heel nieuw licht
op alle mogelijke hedendaagse aandoeningen, zoals bijvoorbeeld
hartinfarcten. Volgens Matthias Rath zijn dergelijke kwalen primair
het gevolg van vitaminegebrek. Een chronisch gebrek aan vitaminen in
de miljoenen cellen van de bloedvatwanden leidt tot verzwakking van de
slagaderwand: er ontstaan talrijke kleine scheurtjes en de zogenaamde
atherosclerotische neerslag (aderverkalking), waar één op de twee
Europeanen nog altijd aan sterft. In de kransslagader rondom het hart
veroorzaakt deze neerslag een hartinfarct. In de bloedvaten van de
hersenen leidt het tot een beroerte. Deze neerslag is niet per
definitie schadelijk. Integendeel zelfs. De neerslag - die bestaat uit
cholesterol en andere herstelstoffen - wordt juist door de lever
gemaakt om de schade in de slagaderwanden te repareren. En natuurlijk
zijn het de aders die het meest worden belast, de kransslagader rondom
het hart bijvoorbeeld, waar de meeste schade ontstaat en - dus - het
meeste cholesterol neerslaat. De verstopping die uiteindelijk
optreedt, is dus het gevolg van een overcompenserend reparatieproces.
Daar de werkelijke oorzaak van deze neerslag onvoldoende bekend is,
beperkt de conventionele geneeskunde zich tot het bestrijden van de
symptomen: calciumantagonisten, bètablokkers, nitraten en andere
medicijnen worden voorgeschreven om de aderen ruimte te geven en de
pijn te verlichten. Chirurgische ingrepen, zoals bypassoperaties,
beogen hetzelfde effect. Maar vrijwel geen enkele behandelmethode
richt zich op de onderliggende oorzaak van aderverkalking, namelijk
instabiliteit van de vaatwand.
Amerikaans onderzoek - James Enstrom van de Universiteit van
California - over een periode van tien jaar liet zien, dat het aantal
hartaandoeningen bij mannen die dagelijks ten minste driehonderd
milligram vitamine C innamen, met vijftig procent afnam. Bij vrouwen
lag dit percentage op veertig. De levensverwachting nam bovendien met
zes jaar toe. De Canadese arts Willis toonde aan, dat vitamine C
aderverkalking in de beenaderen op een natuurlijke wijze kan
tegengaan. Europees onderzoek is zo mogelijk nog duidelijker: het was
een bekend gegeven dat aandoeningen van de kransslagader meer
voorkomen in Scandinavië en andere Noord-Europese landen dan in
mediterrane landen. Professor Gey onderzocht aan de Universiteit van
Basel in hoeverre de verschillen tussen Noord- en Zuid-Europa verband
hielden met de vitaminetoevoer via de voeding. Het bleek dat
Noord-Europese mensen gemiddeld de laagste hoeveelheden vitaminen in
het bloed hebben. Ook bleek, dat de opname van vitaminen veel
belangrijker was voor de afname van kransslagaderlijke aandoeningen
dan verlaging van het cholesterolgehalte in het bloed. Vooral de
consumptie van zuidvruchten, wijn, olijfolie en andere vegetarische
producten zorgt voor een betere vitamine-inname van de zuidelijke
landen.
Niet alleen vitamine C, maar ook E en provitamine A (bèta-caroteen)
draagt bij aan de vermindering van de kans op een hartinfarct. De
resultaten van onderzoek onder 87.000 deelnemers liet zien, dat
regelmatige inname van vitamine E de kans op aandoeningen van de
kransslagader met een derde doet afnemen. De inname van provitamine A
had een vergelijkbaar resultaat. Van geen enkel geneesmiddel is ooit
aangetoond dat het even effectief is in het voorkomen van hartziekten
als deze drie vitaminen.
Voor hoge bloeddruk - de hart- en vaataandoening met epidemische
omvang - geldt in feite hetzelfde verhaal. Diverse klinische
onderzoeken hebben aangetoond, dat verschillende vitaminen in staat
zijn een hoge bloeddruk te verlagen en vaak zelfs helemaal terug te
brengen tot een normaal niveau. Bijwerkingen - een te grote daling van
de bloeddruk bijvoorbeeld, hetgeen bij traditionele
bloeddrukverlagende medicijnen kan voorkomen - zijn bij deze
natuurlijke producten niet bekend.
Vitamine C brengt de bloeddruk met vijf tot tien procent terug.
Coënzym Q-10 en magnesium verlagen de bloeddruk zelfs met tien tot
vijftien procent.
Wellicht nog spectaculairder is het effect van vitamine C op diabetes
(suikerziekte). Klinische studies tonen aan, dat vitamine C niet
alleen bijdraagt aan de preventie van aandoeningen aan de
kransslagaders die suikerpatiënten kunnen ervaren, maar ook helpt om
de diabetische stofwisseling die hier de oorzaak van is, te
corrigeren. Professor Pfleger van de Universiteit van Wenen liet zien,
dat een dagelijkse voedingssuppletie van drie- tot vijfhonderd
milligram vitamine C de bloedsuikerspiegel met ongeveer dertig procent
deed dalen. De dagelijkse insulinebehoefte kon met ongeveer 27 procent
worden verminderd. De uitscheiding van suiker in de urine - een
belangrijk kenmerk bij de diagnose van suikerziekte - was nog
nauwelijks waar te nemen. Dr. Dice - zelf diabetespatiënt -
injecteerde zichzelf dagelijks met 32 eenheden insuline. Toen hij de
dagelijkse toevoer van vitamine C binnen drie weken gram voor gram
verhoogde tot een dosis van elf gram, was de behoefte gedaald tot vijf
eenheden. Elke extra gram vitamine C betekende in dit onderzoek 2,5
eenheden insuline minder. Het is van belang de toevoer van vitamine C
langzaam op te bouwen. Begin met een gram per dag, na twee weken voer
je de dosis op tot twee gram. Na nog twee weken tot vier à vijf gram.
Neem de vitamine regelmatig in, want de stofwisseling stelt zich
daarop in. Het doel is niet om de insulinetherapie volledig te
vervangen. In veel gevallen - met name bij de aangeboren vorm van
diabetes - zal dat niet mogelijk zijn. Het belangrijkste doel is de
vaatwanden te beschermen tegen de gevreesde cardiovasculaire
complicaties.
Het probleem met een gebrek aan vitaminen en andere
voedingssupplementen is, dat het gemis niet onmiddellijk zichtbaar is.
Wanneer er een tekort is aan onze andere biologische brandstoffen:
lucht (zuurstof), water en voeding (eiwitten, vetten, koolhydraten),
dan is dat vrijwel onmiddellijk merkbaar. Een tekort aan zuurstof
leidt binnen enkele minuten tot het alarmsignaal van verstikking.
Tekort aan water leidt tot dorst en gebrek aan voeding tot honger. Een
tekort aan vitaminen, aminozuren en mineralen - de dragers van
essentiële celenergie - veroorzaakt geen direct alarmsignaal in het
lichaam. Het eerste teken van vitaminegebrek is het begin van een
ziekte. Een acuut tekort aan vitaminen, zoals bij scheurbuik, heeft
binnen enkele maanden de dood tot gevolg. Dit komt tegenwoordig niet
veel meer voor, maar een chronisch gebrek des te meer. Bijna iedereen
lijdt eraan, maar meestal wordt dat pas duidelijk op het moment dat
het eigenlijk al te laat is en de eerste ziekteverschijnselen zich
voordoen. De belangrijkste oorzaak van veel chronische ziekten is de
uitputting van de bronnen van bio-energie in miljoenen cellen van ons
lichaam. Daarom is een dagelijkse aanvoer van bepaalde vitaminen,
mineralen, sporenelementen, aminozuren en andere natuurlijke
celfactoren onontbeerlijk voor het in stand houden van een goede
gezondheid.
Tijn Touber