Keuken
nagerechten
 
 
 

 

Inleiding

Het domein van de keukenprinses wordt langzaamaan ingepikt door de keukendokter. En dat is geen toeval. Voeding als medicijn is een wetenschap die enorm in opkomst is. Het is een wetenschap die elke dag iets nieuws brengt en het nuttige met het aangename verenigt. Er moet tenslotte toch gegeten worden...

In dit hoofdstuk vindt je allemaal nagerechten die passen binnen het concept voeding als medicijn. En om de keukenprinsen en prinsessen óók aan hun trekken te laten komen, zijn ze samengesteld door topkoks.

Op de linkerbalk zie de verschillende recepten. Bij elk recept vindt je de volgende indicatie (te gebruiken bij) lijst:

Gewichtsbeheersing Mitochondriale processen (energie)
Hypoglycemie, hyperglycemie, diabetes Fase II stimulans (ontgiftingscapaciteit)
Hart- en vaatziekten Immuunmodulatie (Th1-Th2)
Kanker preventie PARP regulatie (reparatie cellen)
Anti-depressie Methylatie en DNA regulatie (eiwit productie)
Pijnstilling Celmembraan stabilisatie (stress tolerantie)
    COX, LOX, iNOS (ontstekingsremming)

In één oogopslag kun je doormiddel van de rode pijlen zien of het recept actief bijdraagt aan het na te streven doel.

We nemen even pijnstilling om een en ander uit te leggen: Er zijn een aantal stoffen (bijvoorbeeld de glutamaat antagonist GABA of de substance P antagonist Cilantrine) die pijnstilling bewerkstelligen. Pas als een recept substantiële hoeveelheden GABA of Cilantrine bevat zal het rode pijltje bij pijnstilling zichtbaar zijn. Dit wil echter niet zeggen dat je andere recepten niet mag gebruiken. En dat wil zeker niet zeggen dat andere recepten niet kunnen bijdragen aan je gezondheid. Let wel even op het volgende:

   kom je tegen op het moment dat het recept beslist niet geschikt is voor een indicatie. Zie je dit bijvoorbeeld staan bij pijnstilling dan moet je, als je pijn wilt bestrijden, een ander recept uitzoeken. In alle andere gevallen kun je het recept gewoon gebruiken (je krijgt er geen pijn van).

De linker indicatie rij spreekt voor zich, de rechter rij heeft wellicht wat meer uitleg nodig:

1) De mitochondriën zorgen voor de aanmaak van ATP (energie voor de cellen). Om ATP te kunnen maken zijn de mitochondriën afhankelijk van voldoende zuurstof. Zonder ATP kan een cel een heleboel processen niet of slecht uitvoeren. Het eindresultaat van mitochondriale ondercapaciteit kan zijn: moeheid, slapte en verlies van spierkracht, maar ook necrose (versterf van weefsel) en ontstekingen.

2) De fase II ontgifting is nodig om gifstoffen oplosbaar te maken in water en uit te kunnen scheiden. Deze fase maakt gebruik van glutation-transferases (enzymen) en vindt plaats in de lever én in de cellen. De cellen hebben ATP én zuurstof nodig voor een optimale ontgiftingscapaciteit.

3) We hebben allemaal een cellulaire afweer (Th1) en een humorale afweer (Th2). In feite moet Th1 een béétje meer spierballen hebben dan Th2. Het uit de bocht vliegen van één van de twee heeft immuunproblemen tot gevolg. Immuunmodulatie herstelt het evenwicht tussen Th1 en Th2.

4) PARP zorgt ervoor dat cellen waar het DNA van stuk is gerepareerd worden. Om de reparatie uit te kunnen voeren heeft PARP energie (ATP), zuurstof en B3 nodig. Als er niet genoeg grondstoffen zijn om te repareren wordt de cel zo goedkoop mogelijk afgebroken - ook dit wordt door PARP veroorzaakt. Wat we zien is necrose (afbraak van weefsel) en ontsteking. Voedingmiddelen die veel B3 bevatten zorgen voor PARP regulatie.    

5) Elk gen bevat codes voor het aanmaken van bepaalde structuren (eiwitten, enzymen, hormonen etc.) Zo hebben we bijvoorbeeld een gen voor dopamine (het 'ik voel me gelukkig' hormoon). Om genen te activeren moeten ze eerst gemethyleerd worden. Willen we dus dopamine aanmaken zal dit gen gemethyleerd moeten worden. Zonder methylatie géén dopamine zo simpel is het.

6) Elke cel bevat een celmembraan die bestaat uit fosfolipiden (vetten). De cel moet natuurlijk voortdurend stoffen uitwisselen met z'n omgeving. Gifstoffen en aangemaakte stoffen (hormonen bijv.) eruit, voedingsmiddelen erin. Je begrijpt dat de uitwisselingscapaciteit afhankelijk is van de flexibiliteit van de celwand. Hoe flexibeler hoe beter de uitwisseling. 

7) COX, LOX en iNOS zijn ontstekingsmediatoren die we in de cel tegenkomen. Ze worden geactiveerd bij pijn en chronische ontstekingsprocessen door IL-1beta, bij een afweerreactie (tegen kankercellen bijvoorbeeld) door TNF-alfa  en NFkB en in een hypoxische situatie door EGF. Met deze indicatie wordt een sterke ontstekingsremming aangegeven, hetzij door de remming van de mediatoren zelf, hetzij door een remming van de 'aangevers' IL-1beta, NFkB en EGF.