De mariadistel is een eenjarige stevige forse plant met een dikke
penwortel. Ze heeft paarse bloemhoofdjes die beschermd worden door
venijnige stekels. Alles aan de plant is trouwens stekelig, ze laat zich
duidelijk niet graag aanraken. Ze maakt een nogal geïrriteerde indruk.
Over de bladnerven lopen witte strepen. Volgens de legende zijn dit sporen
van de melk die ontvallen zijn aan de boezem van Maria toen zij met het
kindje Jezus in aller ijl vluchtte voor Herodes. Als we naar het type
kijken blijkt dat dit mens helemaal niet prikkelig is, eerder het
tegendeel. Het is een mild en vriendelijk persoon in ieder geval
uiterlijk. Van binnen is dit persoon een oppotter, iemand die moeite heeft
met het uiten van agressie. Het duurt heel lang voor ze boos worden maar
als ze het dan zijn is het redelijke reeds lang gepasseerd.
Vroeger kende men de Mariadistel als voedselgewas. De jonge bladeren
werden als salade gegeten, de bloemhoofdjes en wortel gestoofd als
groente.
Tegenwoordig gebruiken we de zaden en het blad in de thee. De smaak van
de thee is uitstekend, zelfs kinderen willen het drinken.
De tinctuur wordt voornamelijk van de zaden gemaakt.
Lever: beschermt en herstelt beschadigde levercellen bij
bijvoorbeeld cirrose, pfeiffer, geelzucht of vetopstapeling. Ze
ondersteund en stimuleert lever- en galwerking.
Spijsvertering: als bitterstof plant werkt ze algemeen
bevorderend op de spijsvertering, bovendien werkt ze zwak ontkrampend.
Vaatstelsel: in te zetten bij aambeien en spataderen.
Bloed: als bloedreiniger werkt ze positief op hoofdpijnen,
migraine, open benen, voorhoofdsholteontstekingen en
vermoeidheidsklachten.