De selderij was al zo'n 2500 jaar geleden
bij de oude Grieken bekend. Bij hen was de selderij gewijd aan Hades, de
god van de onderwereld en van het dodenrijk, men gaf het de doden mee in
hun graf.
De Latijnse naam voor de knolselderij is
Apium, hetgeen in verband kan worden gebracht met Apex, wat hoofd
betekent. Vroeger deelde men namelijk niet zomaar lukraak namen uit maar
gaf men de dingen een naam die paste, een naam die het wezen of de
betekenis van iets weergaf. De oude Grieken noemden de selderij
Sélion, afgeleid van Sélène wat maan betekent. In diezelfde oudheid
kende men ook een ziekte die men maanziekte of Séleniathomai noemde.
Tegenwoordig kennen we dezelfde ziekte onder de naam epilepsie. De
Grieken brachten maan, epilepsie en knolselderij met elkaar in verband.
Blijkbaar hadden ze in hun ogen iets met elkaar te maken.
Verse geraspte knolselderij blijkt echter
zeer positief uit te werken bij epilepsie patiënten. De aanvallen
worden minder en de intensiteit neemt af. Toeval of oude kennis die het
nog steeds doet? Wie zal het zeggen.
In oude kruidenboeken is al te vinden dat
knolselderij heilzaam is als zenuwsterkend middel. De huidige wetenschap
trekt zich daar niet veel van aan maar heeft wél aangetoond dat er in
knolselderij veel Choline zit. Eén van de weinige stoffen die door de
bloed-hersenbarrière (een bescherming tegen ongewenste stoffen) kan
heendringen. Choline is een stof die van wezenlijk belang is voor het
functioneren van de hersenen en het geheugen. Zo zie je, knolselderij
versterkt -wetenschappelijk aangetoond- bepaalde hersenfuncties
en is goed voor het ûnthalt.
In ieder geval kun je stellen dat de
gemiddelde erwtensoep die we in de winter eten, intelligenter is dan je
zo op het eerste gezicht zou vermoeden. Eet smakelijk.