Natuurgeneeskunde
 

 

Reckeweg

In het natuurgeneeskundig denken neemt de homotoxicose leer een belangrijke plaats in. Homotoxicose leer betekent leer van de zelfvergiftiging en wordt ook het systeem van Reckeweg genoemd. Hoe verklaart de natuurgeneeskunde het proces van ziek worden?

De mens is een vloeistofsysteem en bestaat voor het tweederde uit water. Elke cel in ons lichaam wordt omgeven door vocht. De cellen in ons lichaam worden gevoed vanuit deze vloeistof en geven hun afvalstoffen weer af aan deze vloeistof. Het functioneren van de cellen, dus van het lichaam, is afhankelijk van deze vloeistof. De vloeistof kan vervuild worden door gifstoffen of afvalstoffen. Of een stof giftig is hangt af van de hoeveelheid die men binnen krijgt. Er is pas sprake van een gifstof als je er als mens niet mee om kunt gaan (lichamelijk en geestelijk). Hoe meer afvalstoffen hoe groter de kans op ziekte. Als het lichaam de afvalstoffen niet (voldoende) kan afvoeren, slibt het weefsel als het ware dicht. De cellen gaan minder goed functioneren omdat de voedingsstoffen de cel niet meer kunnen bereiken en afvalstoffen niet afgevoerd kunnen worden. In het vergiftigingsproces zijn er volgens Reckeweg zes fasen te onderscheiden. Fase één is de meest gezonde fase. Hoe hoger de fase, hoe meer afvalstoffen.

Uitscheidingsfase Depositiefase Degeneratiefase
Reactiefase Impregnatiefase Neoplasmafase

 

1. Uitscheidingsfase
Het teveel aan gifstoffen wordt op een natuurlijke manier uitgescheiden door de nieren (urine), de huid (transpireren), de darmen (ontlasting), de longen (koolzuur) en de baarmoeder (menstruatie). Zijn deze organen overbelast, gebruikt het lichaam zijn zogenaamde noodventielen traanvocht, oorsmeer, speeksel, roos en witte vloed.

2. Reactiefase
Lukt het niet om de gifstoffen via de uitscheiding kwijt te raken, dan gebruikt het lichaam andere hulpmiddelen. In de eerste plaats de ontsteking en in de tweede plaats de koorts. Een ontsteking is dus een doelmatige reactie van ons organisme om afvalstoffen onschadelijk te maken. Natuurgeneeskundig gezien proberen we deze reactie te ondersteunen. Het geven van antibiotica betekent het onderdrukken van de natuurlijke weerstand van het lichaam en is een onjuiste behandeling, die aanleiding geeft tot het ontstaan van chronische ziekten. In de reactiefase horen naast koorts en griep en ontstekingsreacties zoals neusverkoudheid, longontsteking, blaasontsteking enzovoort, ook eczeem en huiduitslag thuis.

3. Depositiefase
Lukt het niet om afvalstoffen via uitscheiding en ontsteking onschadelijk te maken dan kiest het lichaam voor een andere oplossing, namelijk het afzetten van schadelijke stoffen in de minst belangrijke weefsels. Dit gebeurt om de vitale organen als hersenen, hormoonklieren, nieren enzovoort te beschermen. Deze weefsels zijn bij voorkeur het bindweefsel, de spieren, pezen en gewrichten. Deze fase wordt ook wel de stille fase genoemd. Als je echter een beetje op je lichaam let zijn er natuurlijk wel aanwijzingen zoals vochtophoping, stijve spieren en gewrichten enzovoort Verder horen ook aandoeningen als gal- en nierstenen, kalkafzetting, obstipatie, oedeem, goedaardige tumoren en levervlekken in deze fase thuis.

Tot nu toe speelt alles zich af in het vloeistofsysteem van het lichaam. Fase één tot en met drie behoren daarmee tot de humorale fase. Ziekten in deze fasen noemen we acute ziekten. Acute ziekten hebben het vermogen en het doel het lichaam te genezen, afvalstoffen op te ruimen en de doorstroming te bevorderen. Natuurgeneeskundig proberen we deze processen juist te ondersteunen door de uitscheiding te stimuleren.

Na fase drie komen we in de cellulaire fase, dat wil zeggen dat de afvalstoffen de cel binnen dringen. Vaak ontstaat dan vernietiging van weefsel. De ziekten die daarbij horen noemen we de chronische ziekten. Het lichaam komt in een soort vicieuze cirkel. Meer afvalstoffen, minder doorstroming, daardoor blijven er meer afvalstoffen liggen, nog minder doorstroming enzovoort.


4. Impregnatiefase
De gifstoffen dringen de cel binnen. Evenals bij de depositiefase blijft de schade hier beperkt tot een groepje cellen of een orgaan. De cel kan nog herstellen. Tot deze fase behoren aandoeningen zoals migraine, maagzweer, leverbeschadigingen, astma, vleesbomen, lymfeklierzwellingen enzovoort.

5. Degeneratiefase
De cellen zijn zo beschadigd dat zij niet meer kunnen herstellen. Bijvoorbeeld tuberculose, multiple sclerose, verlamming, levercirrose, werveldegeneratie, schrompelnieren en steriliteit.

6. Neoplasmafase
Het regulerende mechanisme (de celkern) is aangetast. Er ontstaat een wildgroei aan cellen. Tumoren en gezwellen horen in deze fase. De gezwelvorming is de eindfase van een meestal langdurig proces. In dit proces hoeven niet alle fasen te worden aangedaan. Je kunt bijvoorbeeld van fase twee naar fase vier gaan. Omgekeerd is dit ook zo.

Op lichamelijk niveau is de zelfvergiftiging vanuit de darm de meest voorkomende aanleiding voor ziekte. Reiniging van de darm en gezonde voeding zijn vanuit dit standpunt dan ook een sleutel naar een effectieve uitscheiding van afvalstoffen. Vaak wordt een genezing voorafgegaan door een tijdelijke verergering van de klachten. Door de behandeling komen de in het weefsel gedeponeerde gifstoffen vrij, die een tijdelijke verheviging van symptomen kunnen geven. Ook ziekten die vroeger onderdrukt zijn met antibiotica, hormoonzalf en dergelijke, kunnen weer terugkomen. Deze middelen onderdrukken het op genezing gerichte reactieproces van het lichaam waarbij de ziekte blijft bestaan maar dan dieper weggedrukt wordt. Als door therapie de levenskracht weer sterker wordt, steken deze ziekten weer de kop op. Een nieuwe kans om beter te worden.