Transvetzuren zijn eigenlijk vetten die
normaal niet in de natuur voorkomen. Het zijn vetzuren die zijn ontstaan
door de een of andere (fabrieksmatige) bewerking. Van oorsprong waren het
onverzadigde vetten. Die onverzadigde vetten worden industrieel bewerkt.
Die bewerking heeft natuurlijk een reden en wel de volgende: roomboter is
voor veel zaken te gebruiken maar duur. Plantaardige olie is vele malen
goedkoper maar niet smeerbaar. Door nu de vetzuursamenstelling van
bijvoorbeeld zonnebloemolie te veranderen wordt het ineens smeerbaar. En
dat bied perspectief. Daar waar vroeger roomboter voor gebruikt werd kan
nu ineens geharde olie voor gebruikt worden. Zonnebloemolie is ineens te
verwerken in koekjes, gebak, snacks etc.
Onverzadigde vetzuren die door middel van
een fabrieksmatig proces veranderd worden in een smeerbare substantie
(geharde vetten) zijn transvetten geworden. Transvetten kom je tegen in koekjes,
margarines, halvarines, snacks, snoep, koffiemelkpoeder, pizza's en verder
alles wat gemaakt is met margarine en/of halvarine en/of geharde
plantaardige olie.
- De Becel fabel
- Het klopt dat plantaardige olie zoals
zonnebloemolie veel linolzuur bevat. En het klopt ook dat zonnebloemolie
een onverzadigd vet is. En wat ook klopt is dat bepaalde onverzadigde vetten
(EPA, DHA, Arachidonzuur en Oliezuur) goed
zijn voor hart en bloedvaten.
-
- Wat niet klopt is dat onverzadigde
vetten na een fabriekmatige bewerking nog steeds zo goed zijn voor hart
en bloedvaten. Het zijn dan namelijk transvetten geworden en van
transvetten is in 1961 al bewezen dat ze het ontstaan van hart en
vaatziekten juist stimuleren. Ook is ontdekt dat ze een hoger risico
geven op het ontstaan van borstkanker. Transvetten verhogen bovendien
het slechte LDL cholesterol en verlagen het gunstige
HDL cholesterol.
Het zijn met name de transvetzuren die cholesterolverhogend werken.
Dus: bepaalde onverzadigde vetten (onder andere
die in visolie en in olijfolie) zijn goed voor hart en bloedvaten maar
je moet er niet mee gaan lopen knutselen. En: onverzadigde vetten waar mee
geknutseld is worden transvetten. En transvetten, daar kan een lichaam
niet goed mee overweg, die zijn niet natuurlijk.
- Transvetten in het gebruik
- Onverzadigde vetten moet je al niet
verhitten maar transvetten (geharde onverzadigde vetten) moet je zéker
niet gaan verhitten. Ze vormen dan érg veel toxische stoffen en werken
zelfs kankerbevorderend. Gebruik daarom voor het bakken en braden van oorsprong verzadigde
vetten (ossewit, reuzel, roomboter of kokosvet) of
enkelvoudig onverzadigde olie (olijfolie). De olijfolie absoluut niet warmer
maken dan 160 graden. Hoge(re) temperaturen geven altijd
meer oxidatie en kankerbevorderende stoffen. Plantaardige margarine of
vloeibare margarine om in
te bakken is eigenlijk nooit een verstandige keuze.
Gelukkig worden fabrieksprocessen steeds beter waardoor
er minder transvetten in margarines en dergelijke voorkomen dan vroeger.
Feit is echter dat ze er nog steeds wél inzitten.