|
Homocysteïne is een stofwisselingstussenproduct. Het heeft alleen
maar een functie als tussenstap en wordt normaal gesproken snel
terugomgezet naar methionine of verder afgebroken richting cysteïne
(zie schema). Voor deze
omzettingsstappen heeft het lichaam
foliumzuur, B12,
B6 en
B2 nodig. Zijn deze stoffen er
niet dan zie je homocysteïnestapeling aan de ene kant en SAM en
cysteïne tekorten andere kant.
SAM is nodig voor de methylering (DNA activatie) en de
hormoonhuishouding; Cysteïne is nodig voor de ontgifting.
Homocysteïne heeft een
vaatwandbeschadigende werking omdat het de vorming van H2O2 (water-stofperoxide)
bevordert. Het stimuleert de aggregatie (samenklontering) en de
oxidatie van LDL cholesterol en de
vorming van schuimcellen. Het
verhoogt bloedstollingsprocessen en vermindert de afbraak van
fibrine (vezelstof essentieel voor de bloedstolling).
Er bestaan geen medicijnen die het
homocysteïne gehalte naar beneden kunnen brengen. Economische
redenen om deze ‘risicofactor’ te promoten zijn dus niet aanwezig.
Financieel gezien valt er aan cholesterol meer eer te behalen.
Als ‘oorzaak’ voor hoge
homocysteïnewaarden wordt naast een tekort aan B2, B6, B11 en B12
ook genoemd: hormoonpreparaten (de pil, androgenen, levo-dopa),
bepaalde andere reguliere medicatie, alcoholmisbruik en roken. In
wezen verbruiken deze ‘veroorzakers’ genoemde vitaminen waardoor er
een tekort ontstaat. |