Zo zit dat..
~
 
 
Hormoonstelsel

Ons lichaam kent twee belangrijke regulerende systemen, het zenuwstelsel en het hormoonstelsel. Samen vormen ze het neuro-endocriene systeem. Het zenuwstelsel zorgt voor de snelle bijsturing en het hormoonstelsel is verantwoordelijk voor de wat minder snelle en de lange termijn regulatie.

Het hormoonstelsel bestaat uit verschillende hormoonklieren. Elke hormoonklier geeft bepaalde hormonen af. Niet alleen hormoonklieren maar ook lichaamscellen zijn in staat om hormonen te produceren. Hormonen zijn chemische boodschappers die via de bloedbaan worden vervoerd door het lichaam. Aangekomen op de plaats van bestemming zorgen ze ervoor dat er bepaalde processen op gang komen. Hormonen kunnen niet alleen een activerende maar ook een remmende werking hebben. Afhankelijk van het gewenste resultaat zorgen de hormoonklieren dan ook voor de afgifte van het juiste hormoon. Het uiteindelijke doel is dat het lichaam zoveel mogelijk "in balans" blijft.

Alvleesklier - insuline
De pancreas of alvleesklier bevindt zich in de buikholte. Zodra het bloedsuikergehalte hoger dan normaal is maakt de alvleesklier insuline aan. Dit hormoon stimuleert alle lichaamscellen om méér glucose (suiker) op te nemen. Als er meer bloedsuiker is dan de cellen kunnen opnemen zorgt insuline ervoor dat de lever en de spieren het teveel aan glucose omzetten in glycogeen. Dat wordt opgeslagen voor noodgevallen. Indien de glycogeen "voorraadkamers" vol zitten en het bloedsuikergehalte nog niet voldoende gedaald is, wordt het teveel aan glucose gekoppeld aan vet - er ontstaat triglyceride (een vet-suikerverbinding). Triglyceride kan het lichaam opslaan in vetweefsel en de opslag in vet is vrijwel onbeperkt.
 
Zakt de bloedsuikerspiegel te veel dan produceert de alvleesklier glucagon. Dit hormoon zorgt ervoor dat de lever uit eiwitten en vetten zelf glucose gaat maken. Dit zorgt ervoor dat er weer meer glucose in de bloedbaan terechtkomt.   

Voor een gedeelte hoort de alvleesklier ook thuis in het spijsverteringsstelsel. Hij produceert  namelijk naast insuline ook spijsverterings-enzymen die in de darmen zorgen voor de afbraak van koolhydraten, eiwitten en vetten.

Bijnieren - adrenaline
De bijnieren zitten bovenop de nieren. De bijnieren produceren o.a. adrenaline. Adrenaline doet precies het tegenovergestelde dan insuline. Adrenaline zorgt ervoor dat het in de lever en spieren opgeslagen glycogeen weer omgezet wordt in glucose. Je bijnieren en je alvleesklier zorgen er zo samen voor dat je bloedsuikerspiegel in balans blijft.

De bijnieren produceren naast adrenaline ook nor-adrenaline en cortisol. Deze twee hormonen zorgen er samen met adrenaline voor dat je lichaam op de juiste manier kan reageren op het moment dat er gevaar dreigt. Ze brengen je lichaam in de zogenaamde  vecht of vlucht stemming.

Door de productie van aldosteron zorgen de bijnieren ook nog voor de instandhouding van het vocht- en mineraal evenwicht.

Thymus - afweerhormonen
De thymus zit achter je borstbeen en produceert verschillende hormonen (thymosine, thymostimuline, LSH etc) die ervoor zorgen dat je afweersysteem op de juiste manier kan reageren. De thymus hormonen zorgen er niet alleen voor dat er T-lymfocyten (killercellen) worden aangemaakt maar ook dat ze worden "opgeleid". En dat laatste is zeker niet onbelangrijk; T-lymfocyten moeten namelijk wél het verschil weten tussen vriend en vijand.
 
Hypofyse - STH, TSH, ACTH, ADH
De hypofyse bevind zich in het hoofd en wordt ook wel meesterklier genoemd. De hypofyse produceert een aantal belangrijke hormonen die direct of indirect invloed uitoefenen op de werking van het lichaam.
 
STH of het somatotroop hormoon wordt ook wel simpelweg het groeihormoon genoemd. STH stimuleert de groei van het lichaam doordat het betrokken is bij de bouwstofwisselingsprocessen (de omzetting van koolhydraten, eiwitten en vetten). Het spreekt voor zich dat de aanmaak van dit hormoon bij baby's hoger is dan bij volwassenen.

TSH of het thyroïd stimulerend hormoon wordt ook in de hypofyse aangemaakt. TSH zet op zijn beurt de schildklier aan het werk.

Het ACTH of het adrenocorticotroop hormoon zet de bijnieren aan het werk en zorgt ervoor dat deze cortisol aanmaakt. ACTH regelt ook het dag/nacht ritme van de mens.

ADH of het antidiuretisch hormoon zorgt ervoor dat het lichaam voldoende vocht tot z'n beschikking heeft. Het zet de bijnieren aan tot het uitscheiden van aldosteron en dit zet de nieren aan tot het vasthouden of uitscheiden van vocht. Het resultaat kan zijn waterige urine of juist hele geconcentreerde urine.

Schildklier - thyroxine
De schildklier zit in de hals en maakt (onder invloed van TSH) thyroxine aan (T4). Hiervoor heeft het lichaam tyrosine (een aminozuur) en jodium nodig. T4 is niet werkzaam en wordt voor de dejodering vervoert naar de lever. Hier wordt van T4 met behulp van selenium T3 gemaakt. T3 is het actieve schildklierhormoon en beïnvloed de stofwisseling van alle cellen. T3 verhoogt het energie verbruik en de eiwitproductie van de cellen. Weinig T3 veroorzaakt dan ook een laag energieverbruik.
 
Geslachtsklieren - geslachtshormonen
In de vrouwelijke geslachtsklieren, de eierstokken wordt oestrogeen en progesteron geproduceerd. Beide hormonen zijn vrouwelijke geslachtshormonen. Ze zorgen er samen voor dat de vrouwelijke cyclus en het daarmee samenhangende zwangerschapsproces juist verlopen.

In de mannelijke geslachtsklieren, de testes, wordt testosteron, het mannelijke geslachtshormoon, geproduceerd. Testosteron zorgt er onder andere voor dat er zaadcellen worden aangemaakt.

Lichaamscellen - prostaglandines
Alle lichaamscellen zijn in staat om prostaglandines aan te maken. Dit hormoon heeft een regulerend effect op de bloedsomloop. Zo kunnen prostaglandines er bijvoorbeeld voor zorgen dat bloedvaten zich verwijden als er ergens en hoge zuurstofbehoefte is. En, als je uitgehold bent, zorgen ze er ook weer voor dat je bloedvaten weer terugkomen in de normale stand.
 
Zenuwcellen - neurotransmitters
Zenuwcellen kunnen neurotransmitters afgeven. Neurotransmitters vervullen een essentiële functie in het zenuwstelsel. De ene zenuwcel geeft neurotransmitters af om ervoor te zorgen dat een andere zenuwcel de boodschap doorgeeft. Stel het je maar voor als het mobiele telefoonsysteem. Jouw boodschap wordt van zendmast naar zendmast verzonden om uiteindelijk op de plaats van bestemming aan te komen.
 
Regelsysteem
Overal in het lichaam worden hormonen aangemaakt en natuurlijk moeten die op een zeker moment ook weer afgebroken worden. De afbraak van hormonen vindt met name plaats in de lever.
 
Het lichaam beschikt over een heel mooi regelsysteem om te bepalen wanneer het ene hormoon aangemaakt moet worden en het andere hormoon juist afgebroken. Dit systeem heet "regelkring met negatieve terugkoppeling". Stel je maar voor dat er een voelertje in je bloed hangt wat steeds meet wat de concentratie van bepaalde hormonen is. Zit er in je bloed teveel van een bepaald hormoon dan volgt er een negatieve terugkoppeling. De aanmaak van dit bepaalde hormoon stopt en de afbraak komt op gang. Voor de fijn afstemming kan het lichaam ook nog besluiten om even iets van het tegengestelde hormoon aan te maken. Denk maar aan de tegengestelde werking van adrenaline en insuline.
 
De hypofyse is in dit verband de "regelneef". Echter, helemaal voor het zeggen heeft hij het niet want op zijn beurt staat hij onder directe invloed van het zenuwstelsel.
 
En, omdat het zo'n complex systeem is kan het niet of niet behoorlijk functioneren van één klier de zaak behoorlijk in de war schoppen.
 
Voeding
Om hormonen te kunnen maken heeft het lichaam bepaalde bouwstoffen nodig. De grondstof voor hormonen zijn aminozuren of eiwitten. Die moet je voldoende en gevarieerd (verschillende dierlijke en plantaardige soorten) binnen krijgen. Voldoende vitaminen en mineralen zijn voor het maken van hormonen absoluut onontbeerlijk. Om bijvoorbeeld de hypofyse en de bijnieren juist te kunnen laten functioneren moet het lichaam de beschikking hebben over voldoende vitamine B5. De schildklier is daarentegen afhankelijk van voldoende jodium en de dejodering van voldoende selenium. De thymus en de mannelijke geslachtshormonen kunnen niet fatsoenlijk functioneren zonder vitamine A en B12. De vrouwelijke geslachtsorganen hebben juist met name B3 en B6 nodig. En de alvleesklier komt in de problemen als er niet voldoende vitamine C aanwezig is. En geen van allen kunnen ze hun werk goed doen als ze niet voldoende vitamine E, magnesium en zink tot hun beschikking hebben.

Je kunt je inderdaad afvragen of hormonale klachten wel altijd veroorzaakt worden door het "niet" functioneren van hormoonklieren. Wellicht ligt het, gezien ons huidige voedingspatroon, ook wel aan het ontbreken van voldoende bouwstenen (eiwitten, vitaminen, mineralen).